Snooker:een introductie |
Ik kan het me nog goed herinneren. “Ga je mee een potje snookeren?” vroeg een vriend van mij. “Wat doen? “Jij houdt toch helemaal niet van vissen?”. Het bleek te gaan om een, voor Nederland, nieuw soort biljartspel. Een gigantische tafel met 6 gaten. Allemaal hele kleine balletjes met verschillende kleuren en een dun stuk hout dat keu genoemd werd. Het was 1986 en ik was meteen verkocht. Op de BBC kon je de wedstrijden volgen en wij vergaapten ons aan die Engelse balkunstenaars. Met dodelijke precisie werden die kleine balletjes in de gaten gestoten. Rood zwart, rood zwart, rood zwart, ze bouwden “breaks” alsof ze de ballen er met de hand in stopten. Dat terwijl mijn hoogste break lang bleef hangen op 13. Ik had een keer per ongeluk roze en zwart gemaakt.
Ik wilde meer en met mij een hele generatie. Snookercentra rezen als paddenstoelen uit de grond en wij, pioniers van het eerste uur, kenden elkaar allemaal. Met busjes reden we de toernooien af. Van Goes tot Emmen, van Antwerpen tot Castricum. Onze helden waren Steve Davis, Stephen Hendry en natuurlijk Peoples Champion Jimmy White. Op een toernooitje in Rotterdam keken we onze ogen uit. Een jonge arrogante kwast met en paardestaart stond in hoog tempo ballen van tafel te schieten en liet alle Nederlandse tegenstanders alle hoeken va het groene laken zien. Als ik van mijn scherm wegdraai en even op de BBC kijk, zie ik hem nu bezig. Een kale inwoner van Dubai die al lang meedraait in de top; Peter Ebdon.
Nederlandse talenten trainden zich suf (ik ook, maar ik had geen talent), maar de top van het snookerwereldje had een beschermde status. Je kon bijna onmogelijk doordringen in dit “ons kent ons” kringetje van Engelse toppers en bestuurders. Een jarenlang gevecht van bestuurders van het vaste land en zelfs een Olympische status konden dit Britse bolwerk niet omver krijgen. Inmiddels is snooker aanzienlijk in populariteit gezakt en zijn de ogen van Britten eindelijk open gegaan. Het systeem is aangepast en het is makkelijker om in die zeer gewilde top 16 terecht te komen. Uiteraard liggen hier meerder redenen aan ten grondslag. Het verbod op tabaksreclame en het aanboren van een nieuwe, lucratieve, markt in China zijn hier twee voorbeelden van. Het gaat te ver om hier nu dieper op in te gaan.
Feit is dat het voorspellen van de winnaar van een toernooi nu een stuk moeilijker is dan 20 jaar geleden. Toen had je keuze uit drie of vier spelers, nu kunnen er wel 10 of 12 winnen. Eindelijk zien we nieuwe, jonge gezichten en nieuwe winnaars. Er is een speler die met kop en schouders boven de rest uitsteekt, maar die nogal eens last van zijn “karakter” heeft. Ronnie O’Sullivan is ongetwijfeld het grootste talent wat ooit een snookerkeu heeft aangeraakt. Hij is zowel links als rechtshandig en niet te stoppen als hij in vorm is. Gelukkig is zijn “hoofd’ wel eens uit vorm, waardoor hij tegen zichzelf gaat spelen en uiteraard verliest.
Een interessante sport om te kijken. De BBC en Eurosport besteden meer dan ruim aandacht aan de toernooien. Ook zeker een leuke sport om een weddenschap op af te sluiten. Het seizoen is net begonnen en eindigt traditioneel met het wereldkampioenschap in maart/april..Normaal gesproken werken ze met een plaatsingslijst aan de hand van de ranking. In de opzet van de Grand Prix die nu op tv te zien is, wordt er elke ronde opnieuw geloot. Dat maakt het verloop van het toernooi nog spannender en onvoorspelbaarder. Des te leuker voor diegenen die een gokje willen wagen.
Weet jij wie de winnaar wordt? Klik hieronder en maak meteen gebruik van de mooie bonus.















